Een nieuw sieraad uitzoeken is vaak het leukste moment van je piercing. Toch is juist het wisselen iets waar veel mensen te snel mee beginnen. En dat is zonde, want een piercing die nog niet goed genezen is, kan door te vroeg wisselen sneller geïrriteerd raken. Denk aan roodheid, zwelling, pijn of een genezing die ineens veel langer duurt dan nodig.
Wanneer je een piercing mag wisselen, hangt vooral af van twee dingen: de plek van je piercing en hoe goed hij genezen is. In de basis geldt voor bijna alle piercings hetzelfde: wisselen is pas verstandig als je piercing rustig oogt, niet meer gezwollen is, niet gevoelig reageert op aanraking en al langere tijd stabiel aanvoelt. Ook als de buitenkant er al goed uitziet, kan een piercing van binnen nog volop aan het herstellen zijn. Twijfel je? Dan is wachten bijna altijd slimmer dan te vroeg wisselen.
De grootste verschillen zitten vooral in de gemiddelde genezingstijd per piercingsoort. Daarom zetten we de meest voorkomende piercings hieronder kort voor je op een rij:
-
Oorpiercings: bij oorpiercings is het slim om onderscheid te maken tussen een oorlel en kraakbeen. Een oorlel geneest meestal sneller en kan vaak na ongeveer 6 tot 12 weken rustig genoeg zijn om te wisselen. Bij kraakbeenpiercings, zoals een helix, tragus, conch of daith, duurt dat meestal veel langer. Daar moet je vaak rekenen op ongeveer 6 tot 12 maanden.
-
Neuspiercings: een nostril heeft meestal wat langer nodig om goed te genezen en zit vaak rond de 4 tot 9 maanden. Een septum geneest meestal iets sneller en zit vaak rond de 1,5 tot 4 maanden.
-
Lippiercings: bij lippiercings, zoals een labret, monroe of medusa, ligt de genezing vaak rond de 1,5 tot 3 maanden. Ook een smiley lijkt soms snel genezen, maar ook daar blijft voorzichtigheid belangrijk door de kwetsbare plek.
-
Navelpiercing: een navelpiercing heeft vaak meer tijd nodig dan mensen denken. Door de plek van de piercing ontstaat er snel wrijving door kleding, bukken en bewegen. Daardoor duurt de genezing meestal langer en is te vroeg wisselen een veelgemaakte fout. Bij een navelpiercing duurt de genezing gemiddeld 6 tot 9 maanden.
Tussentijds wisselen tijdens de genezing: hoe zit dat?
In het algemeen geldt dus dat je een piercing beter niet te vroeg kunt wisselen. Toch is er bij Stud Society wél iets mogelijk wat in veel andere shops niet wordt gedaan: tussentijds wisselen tijdens de genezingsperiode.
Dat kan alleen als de piercing daar stabiel genoeg voor is én als het wisselen volledig steriel gebeurt. Juist daarom doen we dit niet zomaar, maar altijd op een professionele en hygiënische manier.
Bij Stud Society werken we uitsluitend met steriel verpakte sieraden die in onze eigen hub worden gesteriliseerd. Daardoor kunnen sieraden tijdens de genezing veilig geplaatst worden, zolang dat op de juiste manier gebeurt. Onze piercers werken daarbij altijd in een steriele werkplek en met een veilige en schone routine.
Dat heeft een paar fijne voordelen. Zo kun je al tijdens het genezen kiezen voor een mooier sieraad, een beter passende maat of een design dat prettiger zit. Ook kan tijdig downsizen helpen om het comfort te verbeteren en het genezingsproces rustiger te laten verlopen. Zo hoef je niet maandenlang vast te zitten aan een standaard sieraad, maar kun je al vanaf het begin iets dragen dat echt bij jou past.
Wel is het belangrijk om te weten dat dit altijd per piercing wordt beoordeeld. Een piercing moet stabiel genoeg zijn om tussentijds te kunnen wisselen. Daarnaast wordt er bij verse of genezende piercings niet een ringetje gezet. Dit kan pas als de piercing volledig genezen is. Een ringetje beweegt namelijk meer dan een stud en kan zorgen voor meer druk en wrijving. Daarnaast is er een groter risico dat de piercing scheef groeit als je er te snel een ringetje in doet.
Door te werken met steriele sieraden en professionele nazorg kunnen we bij Stud Society veilig én stijlvol wisselen, zelfs tijdens het genezen.





